Achtergrondinformatie voor regio Midden-Oosten
Het gebrek aan persvrijheid in de Arabische wereld heeft verreikende consequenties voor de politieke, sociale en economische ontwikkeling in het gebied. In een democratische context bieden media kritische analyses, opinies van verschillende ideologische signatuur en een onafhankelijke, debat en journalistiek verantwoordelijke en kwalitatieve verslaggeving van binnenlandse en buitenlandse ontwikkelingen. Dit ontbreekt vaak in de nationale media in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.
In de edities 2002, 2003 en 2004 van het Arab Human Development Report van de UNDP wordt een dramatisch beeld geschetst van het gebrek aan ontwikkeling, op velerlei gebied, in de Arabische wereld. Vergeleken bij andere regio's ligt de Arabische wereld ver achter op het gebied van democratie en burgerparticipatie. In alle Arabische landen bestaat een sterke uitvoerende macht die de wetgevende en rechterlijke macht in min of meerdere mate controleert.
In de Arabische landen wordt de vrijheid van expressie, vrijheid van media en vrijheid van vereniging beperkt. Dit gebeurt niet alleen door middel van een restrictieve (media-) wetgeving maar ook door ongeschreven regels en sociale en politieke taboes. De meest vrije en onafhankelijke (t.o.v. de regimes) media opereren van buitenaf, zoals de satellietzenders Al Jazeera en Al Arabiya en kwaliteitskranten als Hayat en Sharq-al-Awsat. De toegang tot informatie is, voor burgers en media, beperkt en in ieder geval niet gereguleerd. In het Arab Human Development Report 2003 staat de uitdaging centraal van het ontwikkelen van een kennismaatschappij in de Arabische landen. De rol van de massamedia, cruciaal bij de verspreiding van kennis en informatie, wordt daarbij onder de loep genomen. Geconstateerd wordt dat er:
Free Voice sluit zich aan bij de opvatting dat, een verandering in de mediasituatie in ontwikkelingslanden vooral van binnenuit moet komen, vanuit betaande maatschappelijke organisaties en stromingen. Daarbij legt Free Voice nadruk op journalistiek beroepsonderwijs en -trainingen. Dit wordt versterkt door het feit dat de Arabische faculteiten journalistiek in de regel theoretisch gerichte opleidingen bieden, die niet zijn gericht op het verwerven van praktische vaardigheden.
De universitaire opleidingen zijn vaak massaal, houden geen rekening met het absorptievermogen van de markt, leiden over het algemeen geen kritische, onafhankelijke journalisten op en houden zich verre van mid-career en in-house trainingen. De behoefte aan dat soort trainingen is groot, niet alleen wat betreft het bijhouden en vergroten van journalistieke vaardigheden (inclusief technische vaardigheden) maar ook wat betreft het managen van mediabedrijven, het uitzetten van een redactiebeleid en het vergroten van kennis en bewustzijn op het gebied van journalistieke ethiek.
Daarnaast is er behoefte aan trainingen op het gebied van legal awareness, het bedrijven van media advocacy (activiteiten van democratische journalistenbonden en -organisaties) en cursussen gericht op het vergroten van de veiligheid van journalisten en mediapersoneel. Traditionele journalistieke trainingen in de regio, verricht door buitenlandse organisaties, voldeden niet altijd aan de verwachtingen. De trainingen vonden vaak plaats in een specifieke politieke context (zoals het Arabisch-Israëlisch vredesproces), waren donor driven en niet in de eerste plaats gebaseerd op de wensen en behoeftes van de Arabische journalisten en media. De elementaire principes van ownership of medeverantwoordelijkheid werden dus genegeerd. Ten tweede hadden deze mediasteunactiviteiten een fragmentarisch karakter en ontbrak evaluatie en follow-up. Ten derde werd onvoldoende rekening gehouden met het specifieke karakter van de Arabische cultuur en maatschappij en beheersten de trainers de Arabische taal niet.
Uit consultaties met Arabische partnerorganisaties kwam naar voren dat trainingen verricht door trainers die de regio en taal kennen, de meeste zoden aan de dijk zetten. Het trainen van trainers en de vorming van een nationaal en regionaal trainersnetwerk kan substantieel bijdragen aan het verhogen van de professionele kwaliteit van Arabische journalisten. Er heeft in 2005 en 2006 een uitgebreide stakeholder analyse plaatsgevonden op het gebied van journalistieke trainingen en legal protection of journalists in Marokko, Egypte, Jordanië, Libanon, Koeweit, Bahrein en Jemen.
Het rapport werd besproken, op een door Free Voice en CDFJ georganiseerde workshop in Amman in november 2005, waaraan 46 Arabische en internationale deskundigen deelnamen. Rapport en workshop legden de basis voor een meerjarig programma van trainingen, cursussen en het ontwikkelen van educatieve hulpmiddelen op het gebied van kennisverrijking voor journalisten, journalistieke vaardigheden, journalistieke ethiek en "media and law". In het programma ligt de nadruk op het trainen van trainers (human resource development), capaciteitsversterking bij Arabische NGO's en onderlinge samenwerking van die NGO's. Doel is om meer te bieden dan een klassiek trainingsprogramma en om te komen tot een journalistieke "community of change", die daadwerkelijk veranderingen probeert te bewerkstellingen in de media in de betrokken landen.